Denkbaarheid

‘Op dagelijkse basis heb je helemaal niet door dat daar gebouwen aan het ‘groeien’ zijn. En nu staan ze er, alsof ze er nooit niet hebben gestaan.’ In het eerste deel van mijn audioverhaal over de Leuvehaven (augustus 2019), beschreef ik hoe deze plek, sinds ik daar voor het eerst kwam in 2011, al onmerkbaar veranderd is.

Nee, er wordt geen eindredactie gevoerd op al die kleurcombinaties, en geen regie op de hoek waarin ik ze zie. Als passant zie ik altijd maar een stukje, een plaatje. En het geheel waar dit plaatje een uitsnede van is, is een levend gegeven en geen vaste entiteit. Toch is deze ruimte van ‘iemand’, namelijk van zichzelf. 

Het geheel, deze ruimte, is aan het leven! Heel langzaam, weliswaar. Het leeft een leven waarin dingen veranderen, dingen worden, dingen ontstaan en, even langzaam als ze er zijn gekomen, ook dingen, soms ongemerkt, vergaan.

Niet ondenkbaar 
In het verhaal van viroloog/epidemioloog en Zomergast Jaap Goudsmit vond ik een bescheiden verwoording hiervan.

De presentatrice citeerde iets uit het voorwoord van diens nieuwe boek ‘In strijd met het coronavirus’. Het citaat ging over de gebeurtenis op 9/11, de aanslag waar Goudsmit in New York een directe getuige van was geweest: ‘“Die dag leerden we weer hoe kwetsbaar we zijn; iets wat we door de jaren van vrede en veiligheid na de tweede wereldoorlog waren vergeten. Dat een groep terroristen de Verenigde Staten in hun hart kon raken (…) schudde mij toen wakker. Het luidde een tijdperk (…) in waarbij het niet ondenkbaar was dat mensen raketten zouden maken met het dodelijke ebola-virus als lading, en die zouden afschieten ook”.’ 
   Die raketkop die een aanleiding vormde voor zijn werk van destijds, was, zo vertelde Goudsmit, gaandeweg weer van de radar verdwenen; de dreiging verminderde en het project was op de plank beland. Maar in 9/11, en nu ook in de corona-crisis, zag hij weer als zo’n kantelpunt: Er gebeurt iets waardoor je je opeens ten volste bewust wordt van een veranderende wereld; een schrikbeeld, een dystopie.
  ‘Het is eigenlijk boeiend hoe de wereld kan veranderen om je heen, zonder dat je het eerst merkt. Dus het gaat heel langzaam, zo’n verandering,’ zo zei hij.

Zo beschreef Goudsmit in feite, hoe de veranderde wereld al denkbaar was, voordat jij het merkt. In lijn liggend met die gedachte van mij over ruimte en dat de ‘som’, het resultaat, van alles wat daarbinnen aan de hand is, die ‘verandering’, van zichzelf is: voordat jij het merkte had de denkbaarheid een tijdje geen eigenaar, geen actor; was er niemand die de denkbare wereld dácht. (Of het moest een ánder zijn, maar dat is, behalve een interessante, relevante en urgente gedachte, hier toch even terzijde gesteld). 
   Wat Goudsmit ermee wilde zeggen was: je moet wel op blijven letten.
Anders zit je er al middenin zodra een veranderde wereld denkbaar voor je wordt; of is die verandering, voordat je het weet, al deel van de realiteit. Een boodschap waar ik mij in kan vinden. Al is opletten voor mij niet altijd hetzelfde als alert.

Opletten
In mijn audioverhaal over de Leuvehaven zit ook zo’n kantelpunt-gedachte bij de coronacrisis. Namelijk het besef, dat bij mij al voor de lockdown kwam, dat dit niet zomaar een hick-up’je zou zijn in de dagelijkse gang van zaken, maar echt van bepalend kaliber was voor hoe alles verder zou gaan. Hoe zou mijn najaar eruit gaan zien? Zou ik het mij, bijvoorbeeld, nog kunnen permitteren om te studeren (dat wil zeggen; op de manier zoals ik het op dat moment deed: naast mijn betaalde werk colleges volgen in Tilburg, en dat drie dagen per week.)   
   De positieve kant van de zaak die ik zag, was gelegen in de loper die ik klaarblijkelijk voor mezelf had uitgerold. ‘Mijn najaar… begon al vorige zomer,’ zo vertel ik in aflevering vijf. Ja, vorige zomer had ik een zaadje (of een heel zakje ;-)) geplant.

…Die denkbeeldige loper zal zich voor je uit gaan rollen. Soms wel een jaar vooruit! En terwijl jij -alert of niet- gaat lopen, dan is het dus wel even opletten: welke richting uit? 

Bijsturen 
Je kunt wakker geschud worden en dan proberen wakker blijven. Blijven opletten. Oké, maar wat kun je dóén? …Varen op het moment! Ja, na een aanslag spontaan bij het ziekenhuis aankloppen of ze daar je hulp kunnen gebruiken… maar de kans was groot van niet. Beter kon je, zoals Goudsmit deed, naar vrienden in Long Island gaan, omdat het je in New York even een beetje te grimmig werd.
   …Kun je in je eentje de veranderde wereld bijsturen? 
Nee, natuurlijk niet; het kwaad is al veel éérder geschied…

Twee dingen: ‘de denkbaarheid heeft geen eigenaar’, en ‘zodra je het merkt, zit je er al middenin’; daar kun je – al zou je het niet zeggen hè – daar kun je wel iets mee! Deze twee stellingen vormen dan ook een belangrijke basis in het Horizon Atelier.

– Iris Droog