Visuele bevrediging

Daar was laatst een meisje-loos,
al tijden op zoek naar een matroos.
Tijdens SAIL gaf ik haar aan
waar zij het beste op zoek kon gaan.

Een liefje dat zijn witte pet
op speciaal verzoek ophoudt
’s nachts in bed
Misschien is hij het; wil je hém:
een Frans- en stuurman van de Belem?

Of val je voor stalen zeemanspracht,
heb je al aan de Eendracht gedacht?

Laat je gaan op de Gloria!
Salsa, rumba, cha cha cha –
Feest op dit schip
doet geen Esmeralda je na.

Voor een duik met jou in het kraaiennest
doen ook de Russen enorm hun best.
Zij proberen je te imponeren
Door hier hónderden meters aan te meren.

Komt de Sedov het verst langs de lat,
kan de MIR zich wel meten met het reuzenrad.
Maar het zijn meer jochies nog, dan mannen
die ook de Kruzenstern bemannen.

Kijk liever uit naar een échte vent,
van tropische warmte tot poolwind gewend:
Lijkt zo’n Bark Europa-stuk je fijn,
bedenk dan, dat het wel mannen
met baarden zijn.

Dan misschien beter éen of andere snuiter
van de Zr. Ms. De Ruyter?

Stel je voor, straks is Radich je achternaam.
Of trouw je liever Von Humboldt aan?

En hoe kies jij het liefst het ruime sop
met de White Dolphin of liever
bij Wylde Swan achterop?

Maar bij de eerste Piet Heinkade-ronde
Had met meisje niets wat leek op een lief gevonden.

‘Zo kon het zijn dat de ‘Bemanning Van’
alweer zoek was geraakt in de Stad Amsterdam,’
zo vertelde het meisje-loos
tijdens haar zoektocht naar een matroos.

Zal zij dan tóch met een zeeman gaan
van -en bij het licht van- de Halve Maen?

Met het betere speurwerk tijdens een reuzenrad-ronde
Had zij nog altijd geen liefje gevonden.

‘Ik wilde natuurlijk de volgende-mogge
niet terug hoeven varen met Kamper Kogge.
Dus ik volgde mijn gevoel
en legde het aan met een Lehmkuhl.
Maar zelfs na nóg drie Java’tjes ronden
heb ik mijn lief nog steeds niet gevonden.’

Waar ben je dan, lief,
Kom, maak me gek!
Zet me met alle handen
aan dek

Of tegen de reling, en
…prik mij maar lek.

Geen doen!
Geen ander liefje is hier te vinden
dan éentje die mee zal waaien met alle winden.

Geen doen!
Een lief valt hier ook niet te kiezen.
Ik kan mij in ál dit schoon wel verliezen.

…Van ieder schip éentje dan?
beveel ik haar aan.
Nee, zei ze toen,
daar begin ik niet aan!

‘Hoewel..,’
zei het meisje,
toch niet helemaal verloren,
Ze kunnen mij allemáál wel bekoren!
Als ik alleen al langs de kade kijk
bekoren ze mij toch eigenlijk al,
allemaal tegelijk.

Ja! Zij bekoren mij visueel.
Het moment suprème hiervoor
heet SAIL.

*