Brillenscepsis
Bedrijven en organisaties gaan op zoek naar virtuele concepten. Zij willen het állemaal; de hele digitale trukendoos voor hun verhaal-in-het-drie-dimensionaal.
De wens van bedrijven en organisaties om het contact met de ‘echte’ werkelijkheid niet te verliezen, er middenin te kunnen staan en er niet van afgesloten te zijn, komt soms voort uit een praktische beperking: Een afdaling pakken met een VR-bril op beschermt je misschien optimaal tegen de zon… maar het skiet best lastig. Maar ook worden organisaties opgezweept door de magisch klinkende toekomstmuziek van storytelling: hoe gaaf wordt het straks om een verhaal te beleven waar je, in je eigen leefomgeving, helemaal door bent omgeven?
Ons collectief NOOMATS (Creatives in Interactive Storytelling) krijgt de vragen van alle kanten, van partijen die het állemaal willen: De verhoogde beleving en de hele digitale trukendoos voor hun verhaal-in-het-drie-dimensionaal. Lagen óver de werkelijkheid, levende hologrammen, interactie door gebaarherkenning… De NOOMATS ontwikkelen dan ook creatieve toepassingen met camera’s die werken met bewegingssensoren en de koppeling van dit live-beeld aan hologrammen.

Bij Madame Tussauds wilden zij er het liefst ómheen kunnen lopen, een hologram; een levensechte projectie, middenin de fysieke werkelijkheid. En de Amsterdamse popvenue Paradiso dat een ‘content jam’ organiseerde (april 2017) in hun zoektocht naar mooie Augmented Reality-concepten, bleek de concerten in de Grote Zaal het liefst niet te willen “ver-techen” met brillen of andere devices.
Ja, organisaties zeggen het allemaal te willen – behalve die brillen.
Ze zeggen het allemaal te willen. Behalve die brillen.
Ook ik denk ik wel eens, hoe kan ik straks nog een rotje huilen bij een mooie film, met zo’n dikke bril op mijn kop? Zal mijn hand de weg nog weten naar mijn mond opdat ik daar popcorn in prop? En… hoe kijk ik mijn lief straks even aan als we bij die ene scène, op dat ene moment, tegelijk even aan hetzelfde moeten denken..?
De gedeelde ervaring
Wij willen delen; deel hebben in de verhalen van anderen en anderen deelgenoot maken van hoe wij de wereld zien. In de wereld zoals wij die zien willen wij niet alleen staan. Hoe gaat het in tijden van VR en AR verder met de gedeelde ervaring bij het beleven van een film, een tv-programma, concert of evenement?

Samen kijken en gamen
Waar het medium televisie zichzelf opnieuw uitvindt in de vorm van massale samenkijk-events zoals bij de finale van Wie is de Mol, ontwikkelen online games zich door naar multi-player games voor Virtual Reality; een geheel virtuele wereld binnenstappen en daar alsnog contact leggen met anderen.

Zo werd het vangen van Pokémons het summum van virtueel én samen ‘gamen’. Al is dit alweer twijfelachtig te noemen waar overstekend wild van alle leeftijden zijn blik doorlopend heeft scherpgesteld op… zijn display.
3D in de bioscoop
Bij 3D-films in de bioscoop vliegt er van alles op je af. Een piraat uit de Caribbean aan een touw, een dikke sneeuwbal, een pijl die wordt afgeschoten. Je schrikt – en tegelijk voel je je een dommerd. Het effect van iets dat zich plotseling vlak voor je gezicht afspeelt; dat is makkelijk scoren. Het echte plezier komt doordat jij, naast mij, zojuist nét zo schrok; en dan even samen lachen. Wat een dommerds zijn wij toch… En die 3D-brilletjes zijn zo gek nog niet.

Maar dan moet de filmmaker zich wél aan het vertelperspectief houden. Geen effecten alleen ‘omdat het kan’ graag. Hij moet wel snappen dat ik als toeschouwer géén virtuele pijl in mijn borst wil krijgen van de held, als ik aan zíjn kant sta. Maar dat terzijde.
Layers
Wordt een VR-bril straks gemeengoed, net als het eenvoudige 3D-brilletje dat iedereen nu wel ergens in de la heeft liggen? Wordt die daarmee geschikt voor ‘bezoek-nu-vanuit-je-luie-stoel’- exposities, concerten of de dierentuin? En de HoloLens dan, waarmee we dan maar gelijk het héle realiteit verrijken door er naar believen layers overheen te schakelen? Wellicht. ‘De toekomst is een mixed-reality’ en de inhoud van de dierentuin loopt gewoon over straat.

Stel dat. Dan kan ik de brillenscepsis invoelen van de organisaties die op zoek zijn naar virtuele concepten die meerwaarde moeten geven aan de beleving van hun ‘verhaal’. Stel dat de brillen gemeengoed worden. Délen wij een ervaring op het moment dat wij afzonderlijk hetzelfde zien?

Delen wij een ervaring wanneer wij afzonderlijk hetzelfde zien?
Dit is niet per definitie retorisch gevraagd! Maar toch ook overdrachtelijk. Want wat gebeurt er met de kracht van onze verbeelding – de kracht waarmee wij ons verhalen ‘eigen’ maken en ons kunnen inleven in de werelden van anderen – als wij allen, lijdzaam, een zelfde, prominente lens voor onze ogen schuiven?
Daar sluit dan weer naadloos die vraag op aan:
Is er dan nog ruimte voor verbeelding?

***

