De geur van Havana
Het is jammer dat je went aan geur. Voor de diepste indruk van Havana moet je het hebben van één dag, de eerste.
Een onstuimige geur van lauwe warmte vermengd met dieseldamp. Door en door warm asfalt, en, geen zee; nee, onmiskenbaar Oceaan. Soms word je schaamteloos gevangen genomen in een vlaag rolcontainer of een verse wolk teer. Dan weer mild verrast door een prikkelende indruk van het ware leven achter de houten, platgelopen deuren.
Met het lopen door de straten glijdt de geur van Havana met wisselende accenten onder je door. Een kruidig wolkje donkere werkplaats, een vriendelijk vleugje pis. Dan de geur van oud hout dat vaak vochtig was maar tijdloos is opgedroogd. Opwaaiend stof dat barrels van wagens lostrekken in hun kielzog, en ga je even kopje onder in een vettige golf schroeiend varkensvlees. Dan, op de juiste straathoek, de trekkende tocht van het grote water: de welkome verkoeling verderop… en de volgende zilte aanslag op je huid.
Steek je neus in de lucht en herken de geur van diepblauwe lucht. Snuif grondig en ruik de overrijpe zon.
De geur van Havana is als een levensgroot, kleurrijk en luidruchtig kunstwerk. Een overweldigende ervaring voor de blinden en de doven, de zienden en horenden. De geur van Havana is mijn ontbijt en mijn lunch, mijn streling en mijn wrijving, mijn borrel, mijn diner. Eén dag. Dan heb ik de geur van Havana gevangen. Gelukkig net op tijd, hier voor mij, op papier. Naast me wrijft mijn vriend het stof uit zijn neus en niest. ‘HatChé.’

