Bildung, hoe dan?

Bildung in het onderwijs geeft de docent een onbetwiste hoofdrol. Leerlingen helpen ontwikkelen tot zelf-denkende, weldenkende wereldburgers, liefst met een ‘klik’ waarmee zij ineens weten wat ze willen… Je moet het als docent maar in huis hebben! Soms klinkt de vraag: ben ik wel een (goed) rolmodel? Maar de docent staat er niet alleen voor.

Verbeelding en verhalen als instrumenten voor Bildung.
Door Iris Droog

Bildung betekent letterlijk: het vormen naar een voorbeeld. Het moderne begrip Bildung staat in het teken van de ontwikkeling van mensen tot zelf-denkende, sociale burgers die vanuit hun eigenheid weer een bijdrage zullen leveren aan de maatschappij. Wanneer er gesproken wordt over Bildung in het onderwijs ligt daarin een onbetwiste hoofdrol voor de docent. Bijna iedereen kan zich de docent herinneren die heeft gezorgd voor een ‘klik’, een moment van inzicht dat richtinggevend is geweest, misschien zelfs allesbepalend.

‘Niet alle leraren zijn zich ervan bewust dat zij van eeuwigheidswaarde kunnen zijn,’ zegt Paul Rosenmöller tijdens het symposium Persoonsvorming in het Onderwijs, georganiseerd door de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie in mei van dit jaar in Utrecht. Rosenmöller noemt mevrouw Kloet, zijn vroegere lerares Frans en meneer Boers, zijn leraar Lichamelijke Opvoeding als degenen die zijn talenten echt zagen. En, zegt Jan Bransen, ‘wij kunnen die ene leraar die het verschil maakt voor een individu niet organiseren.’ De docent zal in elk geval nooit te vervangen zijn door wat voor middel of technologie dan ook, zegt schoolleider Jasmijn Kesters. De docent kan met de leerling meewandelen. En een goede docent weet volgens Kesters ook het spanningsveld op te zoeken, zodat leerlingen zelf ervaren hoe het is om ergens tegenaan te lopen.

HTF Symposium Persoonsvorming in het Onderwijs
Jan Bransen, Jasmijn Kesters en Paul Rosenmöller tijdens het HTF symposium Persoonsvorming in het Onderwijs 13 mei 2017. Foto: Maya-Nora Saïd / HTF

Het zijn vaardigheden en houdingen die dichter bij de ene dan bij de andere leraar staan. Maar uit vragen vanuit de zaal tijdens dit symposium proefde ik ook de vraag: Hoe dan? Je moet het als docent allemaal maar in huis hebben. Bén ik wel een rolmodel?

‘Hoe dan?’
Zelf werkzaam in het creatieve domein en geïnspireerd door de dialogen tijdens het HTF-symposium Persoonsvorming in het Onderwijs dat ik bijwoonde, zie ik twee instrumenten die iedere docent tot zijn beschikking heeft. Het zijn geen nieuwe middelen maar in het licht van Bildung het erop inzoomen waard.

Eén: de verbeelding. Dé sleutel tot het ontwikkelen van inlevingsvermogen en daarmee betrokkenheid, die je in staat stelt de ‘klik’ te vinden met je passie en talent. En twee: de verhalen van anderen. Of je als docent wel een (goed) rolmodel bent? Me dunkt! En nog groter dan je denkt.

Of je wel een (goed) rolmodel bent? Me dunkt! En nog groter dan je denkt.

Verbeelding: ontwikkelen van inlevingsvermogen
Verhalen tot leven brengen zodat ze beklijven, dat is het vraagstuk dat ook mijn werk dagelijks doorspekt. Hoe kunnen wij, om te beginnen, leren onze verbeelding te gebruiken?

Een beeld zegt meer dan duizend… bloemen! Maar bij een beeld van duizend bloemen worden we toch nieuwsgierig naar het onderschrift. Het beeld kan nog zo krachtig zijn; het woord is duidend, het woord is vormend. Beelden zijn een uitstekend startpunt om samen te duiden en ook betekenis te vormen.

Zo laat Jan Bransen tijdens het symposium Persoonsvorming in het Onderwijs ons als publiek een foto zien van een kindje aan de eettafel. ‘Roep het maar, wat zie je?’ opent hij. Wij zien een peuter, die met een te grote lepel zijn vrolijke snoet onder de pap smeert. Het beeld vormt de inleiding van Bransen’s verhaal over zelluf doen. Door onze verbeelding zet hij ons alvast op het spoor van zijn verhaal.

De ene ouder zou zo’n tafereel misschien bekijken met afgrijzen, de ander met grote pret. Ieder kijkt met zijn eigen blik! Het is zaak dat leerlingen dit ontdekken en ook, dat zij eigenaar zijn van hun verbeelding. Dat hun eigen, persoonlijke blik leidend is voor hoe onderwerpen hen aanspreken. Want, gehoord tijdens het symposium: ‘Iemand die zichzelf niet vormt, wórdt gevormd’ en ‘onbewuste vorming heet beïnvloeding’. Het bewust met elkaar delen van perspectieven kan een klassikale oefening zijn in verbeeldingskracht; in het kijken door andermans ogen en in het tegemoet treden van de verhalen van anderen.

Neem nu dit beeld:

Emmanuel Macron
‘Dat alleen lopen. Dat doe je niet voor je lol…’

Roep het maar, wat zie je?
Op mij kon dit beeld grote indruk maken. Misschien ook, doordat onder de eindeloos lijkende plechtige wandeling van Emmanuel Macron zachtjes de Negende Symfonie van Beethoven speelde… In mijn ogen een mooi samenspel van audiovisuele factoren. Maar ook: een beetje trágisch. Dat alleen lopen. Dat doe je niet voor de lol. Dat doe je alleen als er een (groter) doel is.

Afijn. Sommige beelden behoeven geen tekst. Toch zal hier jouw onderschrift verschillen van dat van mij. Zoveel blikken, zoveel boekdelen één beeld kunnen spreken. Hoe luidt jouw onderschrift?

De verhalen van anderen
In mijn eigen vak zie ik alles als ‘materiaal’. Nieuws, feiten en achtergronden, ervaringen, voorbeelden in de vorm van anekdotes, foto’s, video, tekst, muziek, interactieve media en zelfs rekwisieten; alles is materiaal om een verhaal mee te vertellen. Ik smeed het betreffende materiaal tot het in zijn vorm de handreiking is naar het publiek, (in mijn geval zijn dat lezers en bezoekers van websites of evenementen) voor die ‘ontmoeting in het midden’, de impact.

Nieuwsitem’s, lesvideo’s, interactieve landkaarten, tv-documentaires, blockbusters over de geschiedenis of zelfs virtual reality; om een les nog beter te laten beklijven zijn er allerlei media voor handen. Neem daar eens in mee: de waan van de dag. De verhalen van buiten die leerlingen zelf met zich mee de klas inslepen – niet om de docent te dissen, maar omdat het hen maar niet loslaat:
Wordt Ajax of Feyenoord kampioen? Instagram, Snapchat. Vloggers, viralfilmpjes. Max Verstappen of Savannah. Beelden in de breedste zin, wellicht vergezeld door een kleine discussie of de tersluikse vraag ‘wat zegt het jóú?’ in de opmaat van een les; álles is materiaal en is te gebruiken in de klas.

Álles is materiaal en is te gebruiken in de klas.

En alle verhalen zijn munitie voor de docent als rolmodel. Van Martin Luther King tot Dirk Kuyt, van Harry Mulish tot Anna Nooshin, van Piet Hein tot Tupac Shakur, van Maan tot Macron. Ze bieden handvaten voor prikkeling of fascinatie en werken mee aan Bildung wanneer er wordt geraakt aan het eigen -misschien nog sluimerende- verhaal van de wereldburger-in-wording. Zo wordt de leraar tijdelijk bijgestaan door een politiek leider, een jonge ondernemer, een topsporter of wereldartiest; kortom, door een heel leger aan rolmodellen.

You never walk alone
Welke impact, wanneer precies en bij wie, inderdaad; het blijft moeilijk te voorspellen. Die individuele ‘klik’ kunnen we nog altijd niet organiseren. Niemand kan bepalen met welke vleugels een jong-volwassene zal gaan vliegen. (Eén ding is zeker: Red Bull geeft ze je niet.)

Wat we zo wél hebben ‘georganiseerd’ is dat de docent er niet alleen voor staat. De docent kan zijn eigen vleugels verlengen, ware het extensions, met de verhalen van anderen. Zo maakt de leraar zichzelf als rolmodel groter. En hoe breder de reikwijdte van de vleugels, hoe krachtiger die uit zullen slaan en hoe sterker de wind die zij maken waarop leerlingen kunnen gaan vliegen.

***

Dit artikel is ingekort gepubliceerd in het themanummer over Bildung van Van Twaalf tot Achttien, vakblad voor het voortgezet onderwijs.