Allergiezone

“Wanneer kom ik in jouw allergiezone?” Deze vraag gaf mij alvast een traditioneel beeld van deze omroeporganisatie. Maar een actuele vraag, dat was het wel. Allergie, een negatieve (over)gevoeligheid voor iets, en affiniteit; ze waren top of mind bij mij, de laatste tijd. Maar nu ging ik eerst even stuk op het zoeken naar een antwoord waar de persoon tegenover mij als potentieel opdrachtgever iets aan had.

…Shit, dat duurde langer dan verwacht! (Ik betrapte mezelf op de gedachte dat er blijkbaar toch nog iets was wat ik niet helemaal had uitgedacht.) Behoedzaam kwam ik op de proppen met het eerste waar ik op kwam: Een collega die steeds maar bezig is om medestanders te zoeken, om wat voor reden dan ook. Die bijvoorbeeld alles wat de revue passeert informeel moet lopen evalueren. Die komt in mijn allergiezone.
  ‘Konkelen?’, kwam er terug van haar kant van de tafel en ik accepteerde die term.
  ‘Ja,’ zei ik. ‘Mooi woord!’
Inderdaad. Gekonkel op de werkvloer is iets dat mij buitengewoon kan storen.

Sfeer
Het bespreken van de aanpak of visie van een collega is niet zozeer wat ik dan bedoel. Maar het nabespreken van een vergadering kan wel eens verglijden in het even napraten over een persoon. ‘Wat een leuk mens is zij toch, vind je niet?’ 
Al vind ik dat vaak hopeloos kirren, wat vinden we elkaar toch allemaal léúk, ik weet; medestanders zoeken is niet altijd gekonkel. Het komt natuurlijk ook gewoon ten goede aan de sfeer. En hoe het weigeren om negatieve sentimenten aandacht te gunnen kan verworden tot blinde vlek, dat bleek, toen mij die vraag wanneer kom ik bij jou in je allergiezone, zo direct werd gesteld. …Had ik hier nou zelfs mijn allergie in een ‘mooi woord’ gevat?

Welkom in mijn allergiezone. Die begint dus du moment dat een toekomstig collega haar aandacht voor allergie ter tafel brengt!

Allergisch voor allergie! Ai, wat een draak is dát. Hoe zorg je dat je erbij vandaan blijft, dat je niet langzaam gespagettificeerd wordt in deze neergaande spiraal?
(Ach, inhoudelijk ligt het een beetje genuanceerder, want what about die dubbele negatie, niet..? Weerstand voelen bij negatief gerichte aandacht… ‘t Is niet dat ik dat niet had gezien. Maar dit parkeren we voor de goede orde even. Het gaat mij nu even om waar je je aandacht legt – en die lag bij de persoon tegenover mij klaarblijkelijk negatief.)

Contrast
Om te weten wat je liever niet ziet, moet je daar soms tóch naar kijken; om te weten wat je niet wil moet je er misschien toch wel íets van hebben gezien. Om te gaan waar je wil komen kan het geen kwaad je horizon enigszins te kunnen beschrijven in alle facetten waar die uit bestaat. Geen bestaan zonder het Niet, toch? En elke ‘nee’ die wij strijdbaar uiten is voor een betere ‘ja’! …

Maar terwijl het Niet hier langs komt paraderen voor het nodige contrast, vraag ik mij nu, over aandacht gesproken, toch ernstig af: wanneer stop ik dan eens met de allergie als vertrékpunt voor dit soort stukjes te kiezen? Zie ook het stukje over Iets.

Even terug naar de dame tegenover mij die mij de vraag had gesteld. Het was me dus gelukt een antwoord te geven (waar zij vermoedelijk wel wat mee kon): gekonkel van collega’s leidt mijn aandacht af. Vervolgens kwam zij met ‘hoe ik daar dan mee omging’ en ik met de logica: Dat ik er juist geen aandacht aan probeer te schenken. Hoogstens met humor; ironie. ‘We moeten argeloos reageren op gekonkel,’ zei ik, want ‘…er in mee gaan zit alleen maar de inhoud in de weg.’

Voornemen
…Was het de afspraak die ik onlangs maakte met mezelf om te proberen zo veel mogelijk in affirmatieve termen te denken? En is het dan een teken dat dit voornemen wortel schiet, als ik bij een vraag als deze niet op het idee kom om gewoon te zeggen: Allergieën? Nee, die heb ik niet.

**